COLUMNS

COLUMNS

Over deze weblog

Via deze blog ga ik het over alles hebben wat mij bezig houdt.

H7: de documentaire hypothese

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 16:01:50

Traditioneel zijn de eerste vijf boeken van de Torah geschreven door Mozes, die zou zijn opgegroeid aan het Egyptische hof. Dat is op zich geen reden om te kunnen schrijven, aangezien het schrijven daar aan speciale schrijvers werd overgelaten. Maar het is onwaarschijnlijk dat zich binnen de Hebreeuwse volken die Egypte ontvluchtten anderen personen bevonden die konden schrijven. Toch is het onwaarschijnlijk dat Mozes de Torah heeft geschreven. Daarvoor hoef je eigenlijk alleen maar kritisch de Bijbel te lezen. En kritisch lezen deden verschillende rabbijnen, filosofen en vertalers.

Maar wie schreven de Bijbel dan wel? En wanneer?

Het was de Duitse lutheraan Julius Wellhausen, die samen met Karl Heinrich Graf en de Nederlander Abraham Kuenen uiteindelijk de hypothese opstelde dat bekend werd als de documentaire hypothese, ook wel de Wellhausen hypothese genoemd. Inmiddels is deze aardig uitgebreid en tegenwoordig is de Amerikaan Richard Elliott Friedman de belangrijkste onderzoeker op dit gebied. Ik heb een paar boeken van zijn hand.

De hypothese gaat uit van twee hoofdwerken, de J-versie (God heet JHVH) en de E-versie (God heet Elohim). Wanneer je de eerste twee hoofdstukken van Genesis leest, dan merk je dat er twee scheppingsverhalen zijn. In het eerste verhaal wordt de Schepper Elohim genoemd - wat eigenlijk een meervoud is, maar in de tekst als enkelvoud wordt gebruikt - en in het tweede verhaal wordt de Schepper YHWH Elohim (in het Duits JHVH) genoemd. (Het tweede scheppingsverhaal begint bij de tweede zin van Genesis 2:4, "Ten dage als ...") "Elohim" is in dit tweede scheppingsverhaal volgens de hypothese een toevoeging, om verband te leggen met het eerste scheppingsverhaal. In derest van de Hebreeuwse Bijbel (Tanach) wordt YHWH afgewisseld met Elohim.

De volgorde van de schepping is in beide verhalen niet hetzelfde en het is duidelijk dat dit oorspronkelijk twee afzonderlijke verhalen waren en ze zullen dus niet door dezelfde persoon zijn geschreven. Het eerste scheppingsverhaal is van later datum en naar alle waarschijnlijkheid geïnspireerd door het Babylonische scheppingsverhaal, hoewel er grote verschillen zijn.

De zeven dagen waarin de Schepping plaats vond in het eerste verhaal, is duidelijk bedoeld om zich af te zetten tegen de Babylonische voorstelling waarbij elke dag aan een God werd toegekend, zoals maandag voor de maangod (SIN / NANNA) en zondag voor de zonnegod (SHAMASH / UTU). Om dezelfde reden wordt de zon en de maan aangeduid met, "groot licht" en "klein licht", zodat het woord voor zon en maan niet kon worden vereenzelvigd met de zonnegod en de maangod. (In het hebreeuws is ZON = sjamash, wat tevens de naam van de Babylonische zonnegod was). Er wordt dan ook met nadruk gezegd dat ze in de hemel werden gezet "om licht te geven op de aarde". In het tweede verhaal zitten die elementen niet.

In het eerste verhaal schept Elohim met groot zelfvertrouwen, maar in het tweede verhaal is YHWH Elohim aan het "experimenteren", zoals ik een rabbijn ooit hoorde zeggen.

Dat de naam YHWH in Genesis voorkomt is op zich al vreemd, want de naam wordt pas in Exodus aan Mozes gegeven (Ex. 3:15). Met andere woorden: Genesis is geschreven nadat de exodus had plaatsgevonden. En als het eerste scheppingsverhaal geschreven is na het tweede scheppingsverhaal, waarom wordt daar dan alleen Elohim gebruikt? Dit blijkt met de oorsprong van het verhaal te maken te hebben.

Door de hele Bijbel heen duikt de naam Elohim steeds weer op. In het verhaal van Abraham die Isaac aan Elohim moet offeren, wordt geswitched naar "de boodschapper van YHWH" (engel = boodschapper). Dit is een belangrijke aanwijzing dat dit verhaal is aangepast. Ik kom hier later op terug.

Dus wat is de oorsprong van de twee versies, met teksten van priesters in beide versies?
Omdat er duidelijk ook politieke elementen in de verhalen zitten valt daaruit op te maken dat de E-versie in Israël ontstond en de J-versie in Juda.
Die twee koninkrijken bestonden tussen ca. 922 en 722 voor Christus en het is waarschijnlijk dat de verhalen in die tijd voor het eerst werden opgeschreven. Vooral in Exodus is de priesterlijke invloed goed merkbaar in verband met de 613 geboden, waarvan er 10 algemeen bekend zijn. Leviticus is zelfs helemaal het werk van priesters en een belangrijke reden waarom de Torah ook wel "De Wet" genoemd wordt.

Volgens de hypothese maakten de belangrijke tien geboden aanvankelijk niet eens deel uit van Exodus en zijn later toegevoegd. Dit is ook te merken aan het voortdurend breken van een aantal van die geboden in de daarop volgende teksten, zoals "Gij zult niet doden", want het Oude Testament is een bloedig relaas.
Mozes zelf is de eerste die - letterlijk - de wet breekt en daarna de opdracht geeft tot het doden van 3000 mensen (Exodus 32:28). Duidelijk de E-versie (Israël), die pro-Aäron is, en Mozes (Juda) als een wrede tiran laat zien.

Het is overduidelijk dat in deze verhalen het conflict afspeelt tussen de twee koninkrijken Israël en Juda. De aanbidding van het gouden kalf is gebaseerd op iets wat in Israël gebeurde in de tijd dat Jerobeam koning was en dus niet aan de voet van de berg Sinaï, die overigens in de E-versie (en de Koran) de berg Horeb wordt genoemd. In Exodus zijn het de zonen van Aäron die het gouden kalf maken: Nadab en Abihu. De zonen van koning Jerobeam heetten: Nadab en Abiyah. Toeval?
Aäron is waarschijnlijk de leider van de kant van Israël, die een ondergeschikte rol kreeg in de samengestelde versie nadat Israël viel en Juda nog bijna 150 jaar bleef bestaan. Het ontbreken van historisch en archeologisch bewijs voor de Exodus versterkt dat idee. De werkelijke geschiedenis zit duidelijk anders in elkaar dan de mythe die eromheen ontstond.

Israël bestond uit de meeste stammen en was rijk, Juda was klein en onbelangrijk. In 722 viel Israël, toen het werd ingenomen door de Assyriërs. Juda werd aanvankelijk met rust gelaten: er viel niets te halen. Omdat de geschiedenis laat zien dat het daarna goed ging met Juda, neemt men aan dat rijke vluchtelingen uit Israël naar Juda gingen. Ze namen daarbij hun versie van de Thora mee. Dit moet de periode zijn geweest dat de J- en E-versie werden samengevoegd. Om dat mogelijk te maken moesten teksten aangepast worden. Degenen die dit deden worden redacteuren genoemd en worden door Friedman RJE genoemd, de redacteuren die de J- en E-versies combineerden.

De Bijbel vertelt ons dat honderd jaar later, ca. 622 voor Christus, een manuscript werd gevonden die een soort samenvatting is van Exodus in de vorm van een toespraak van Mozes aan het eind van zijn leven. Dit werd het vijfde boek van de Thora, dat wij Deuteronomium noemen. Mogelijk is deze rol rond deze tijd ook geschreven, want het kwam politiek goed uit voor koning Josia die religieuze hervormingen wilde invoeren en vond dat de mensen zich niet goed aan de wet hielden. Maar de rol kan wel degelijk "oud" zijn geweest toen het werd gevonden, want de berg van Mozes word Horeb genoemd, waardoor de herkomst Israël geweest kan zijn, dat toen al 100 jaar niet meer bestond.

Om een lang verhaal kort te maken - de Torah werd rond 450 v. Chr. afgesloten. Er werd toen bepaald dat er "geen jota" meer veranderd mocht worden aan de tekst. (de letter yod (jota) is de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet).

En hoe zit het nu met Abraham, die zijn zoon Isaac moet offeren van Elohim? Zoals gezegd switched dit verhaal tussen de J- en E-versie.

De opdracht tot de offering komt van Elohim en is dus de E-versie. Abraham gaat met "twee jongens en zijn zoon Isaac" naar een ander land, Moriyah, waarvoor ze twee dagen onderweg zijn en de derde dag aankomen - dat feit alleen al is verdacht. Wanneer Abraham op het punt staat Isaac te offeren wordt ingegrepen, niet door Elohim, maar door "de boodschapper van YHWH". Deze zegt: "nu weet ik, dat gij Elohim vreest, en 'uw enige zoon, van MIJ niet hebt onthouden'". Van MIJ? In de zin zelf staat Elohim en MIJ, terwijl het door "de boodschapper van YHWH" gezegd zou zijn. Vreemd.

Wanneer Abraham een ram heeft geofferd in plaats van zijn zoon Isaac, spreekt de boodschapper van YHWH voor een tweede maal en zegt nog eens hetzelfde, maar nu uit naam van YHWH (niet Elohim): "Ik zweer bij MIJzelfen, spreekt YHWH (!), omdat gij dit hebt gedaan en 'uw enige zoon niet onthouden hebt', dat ik u zal zegenen ..." enzovoort. Dit is dus weer de J-versie.

Daarop vertrekt Abraham met "de jongens". Dit is het einde van het verhaal en dus einde van de E-versie.
Maar waar is Isaac gebleven?
Isaac komt hierna in de E-versie NIET MEER VOOR.

Mogelijk stond in het orgineel dat Abraham vertrekt met "de twee jongens", maar is het woord twee geschrapt - maar dat is giswerk en kan niet worden aangetoond. Een mensenoffer ging de priesters van YHWH te ver en het verhaal is aangepast. In de J-versie blijft Isaac leven, trouwt met Rebekka, zijn nicht en er speelt zich een verhaal af tussen Isaac, Rebekka en Abimelech. Omdat in de E-versie Isaac is geofferd speelt dat zelfde verhaal zich af tussen Abraham, Sarah en Abimelech, minstens 40 jaar later, wat erg vreemd is.

In de E-versie wordt Abraham hier beticht van een mensenoffer - zelfs zijn eigen kind. Er is nog een andere plaats waarin Abraham een dubieuze rol speelt en dat is wanneer hij in opdracht van Sarah, zijn bijvrouw HAGAR de woestijn instuurt met hun zoon Ishmaël. Ook dit is een verachtelijke daad, zeker omdat ze niet meer meekrijgen dan brood en 1 fles water, in de woestijn is dat een zekere dood. Abraham kan gezien worden als een zeer rijk man, leider van een grote groep bedouïnen, die meerdere slaven had. Het zal u niet verbazen dat ook dit verhaal alleen in de E-versie staat.

Een aantal thema's in de verhalen over Abraham komen twee keer voor: de eerste keer heet hij Abram en zijn vrouw Sarai en in het tweede geval Abraham en Sarah. Deze nutteloze naamsverandering vindt plaats in Genesis 17 en maakt geen deel uit van de J- en E-versie, maar is geschreven door P (priesters), waarschijnlijk om de J-en E-versies tot elkaar te brengen.

Ook het eerste scheppingsverhaal wordt aan P toegeschreven, mogelijk Ezra, die rond ca. 539 van de Perzen mocht terugkeren uit de omgeving van UR en SUSA, naar Jeruzalem.

  • Comments(0)

Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.