COLUMNS

COLUMNS

Over deze weblog

Via deze blog ga ik het over alles hebben wat mij bezig houdt.

H4

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 15:43:26

Apologeten zijn christelijke auteurs die hun geloof via filosofie proberen te rechtvaardigen. Indien zij zich tot het Nieuwe Testament zouden beperken zou dat niet zo'n probleem zijn, maar zij redeneren juist vanuit het Oude Testament en dat is niet terecht.

De schrijvers van het Oude Testament waren namelijk Hebreeën en zij schreven in het Kanaänitisch. Daarvan zijn geen documenten bewaard gebleven, maar de oudste geschriften die we hebben zijn in het Hebreeuws geschreven, dat via het Fenicisch en het Aramees overeenkomt met het Kanaänitische schrift.

En uit die taal kunnen we opmaken dat de Hebreeën dachten uit functionaliteit en dat hun denken actiegericht was. Zij gingen daarbij uit van de vijf zintuigen. Met andere woorden: abstract denken was hen vreemd. ("Abstract denken" hebben we vooral aan de Grieken te danken).

Voor Hebreeën was TAAL erg belangrijk, omdat je daarmee je gedachten concreet maakt. Dat je door schrift die taal kon weergeven was een regelrecht wonder. De Egyptenaren en Sumeriërs waren daar al vroeg mee bezig, alleen moesten er speciale schrijvers aan te pas komen, omdat het aanvankelijk erg moeilijk was met duizenden symbolen die elk een lettergreep voorstelden. De Kanaänieten gebruikten sommige symbolen van de Egyptenaren, maar pasten het toe op een andere manier: zij vonden daarmee het alfabet uit. De latere Feniciërs, feitelijk ook Kanaänieten, verspreidden een latere ontwikkeling van dat alfabet over het hele Middellandse Zeegebied.

Dat taal belangrijk is wordt ook weergegeven in het evangelie van Johannes, waar staat: "In den beginne was het WOORD en het WOORD was bij God en het WOORD WAS GOD". De Hebreeuwse Bijbel is in die zin ook een waardevol document, want het speelt als het ware met woorden en letters. In het Hebreeuws heeft elke letter een betekenis èn een getalswaarde. Wij gebruiken letters echter slechts als symbolen waarmee we woorden maken en die woorden geven we een bepaalde betekenis. Heel soms is in de letters die gebruikt worden voor een woord nog wel de betekenis van een woord af te leiden, zoals bij het woord OOG. De O was oorspronkelijk namelijk een tekeningetje van een oog. Maar over het algemeen is in het Nederlands uit de afzonderlijke letters een betekenis niet af te leiden.

In het Hebreeuws is dat anders. De eerste letter van het alfabet is de ALEPH, wat OS (Stier) betekent. De God EL werd dan ook gezien als "Hemelse stier", overeenkomend met het sterrenbeeld TAURUS (De Stier). Je schrijf EL in het Hebreeuws met de letters ALEPH en de letter L, LAMED.

De Lamed staat voor een herdersstok. De herder kon daarmee een schaap naar zich toe trekken. Het is een symbool van de herder en dat is de leider van de kudde. Niet voor niets heeft een bisschop een herdersstaf - zelfs sinterklaas kan niet zonder: het is een teken van leiderschap. De Aleph, Os, is een teken van kracht. AL staat dus voor "krachtige leider". AL en EL worden in het Oud-Hebreeuws hetzelfde geschreven. We vinden EL terug in ELOHIM, een meervoud dat "krachten" of "machten" betekent en behalve voor God ook gebruikt werd voor koningen en edelen, de machtigen van een land. En we vinden dat ook terug in ALLAH, de God van de Islam.

De Hebreeën hadden ook andere opvattingen over sommige dingen, bijvoorbeeld hoe zij tegen verleden en toekomst aankeken. Wij zien "tijd" als een weg waarop we lopen: we lopen naar de toekomst en we komen vanuit het verleden. Dus de toekomst ligt VOOR ons en het verleden ACHTER ons. De Hebreeën dachten andersom, want ze gaan uit van wat ze zien. Het verleden was bekend en daarom lag het vóór hun. Ze konden het verleden zien, en hoe verder weg iets in het verleden lag, hoe moeilijker het in de verte werd herkend. Tot het uiteindelijk achter de horizon verdween - het verleden dat we niet meer kunnen zien. We zijn het vergeten. (TAMOL betekent zowel vóór als verleden)

Maar de toekomst was onbekend en daarom lag het àchter hen. De toekomst kun je immers niet zien. Omkijken helpt niet, want de toekomst draait dan mee met het hoofd, zij denken namelijk in de termen van ZIEN, een van de zintuigen. Dit is goed voor te stellen als je denkt aan iemand in een roeiboot; hij beweegt door het water met het gezicht naar waar hij vandaan komt en de toekomst komt achter hem steeds dichterbij, totdat het langs hem heen in zijn gezichtsveld komt. Dit idee zit in de Hebreeuwse taal besloten en is precies tegenover gesteld aan ons beeld van het verleden en de toekomst. (MACHER betekent achter en toekomst)

In Genesis 2:8 staat: "Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten, en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had".
In dit tweede scheppingsverhaal heeft God de Mens geformeerd, plant vervolgens een tuin en plaatst de mens in die tuin. Die zogenaamde tuin van EDEN plant hij "tegen het oosten". Nu is het woord "oosten" een abstract begrip en in onze taal wijst dat woord in de richting waar de zon op komt. In het Hebreeuws is dat ook de letterlijke betekenis van het woord "QEDEM", letterlijk "de richting waar de zon op komt".

Het woord heeft nog twee betekenissen: "VOOR" en "een VER VERLEDEN". Hoewel het dus met "oosten" wordt vertaald, weet je door het Hebreeuws dat er de dubbele betekenis is dat God de Tuin van Eden "zeer lang geleden" plantte.

Voor wie goed engels kent is het volgende document hierover erg leerzaam.
http://www.ancient-hebrew.org/docs/39_brown-time.pdf

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post49