COLUMNS

COLUMNS

Over deze weblog

Via deze blog ga ik het over alles hebben wat mij bezig houdt.

LEZINGEN EN BOEKJE

GENESISPosted by Herco de Boer 18 Nov, 2014 03:35:54
De twee afbeeldingen die ik hiervoor heb geplaatst zijn wellicht wat moeilijk te lezen, dus staan ze nu op een ander gedeelte van mijn website.

http://letters.hcdeboer.nl/

Mijn eerste boekje is inmiddels uit en is te vinden op de LULU site.

http://www.lulu.com/shop/herco-de-boer/de-geheimen-van-letters-1/paperback/product-21897914.html

Ik ben nu aan het tweede boekje bezig dat dieper ingaat op de verhalen van Genesis, met uitstapjes naar andere boeken, zoals Exodus. Dat boekje zal in de loop van 2015 uitkomen (hoop ik).

Ik ben geen theoloog en ik ben zelfs niet religieus - ik haal mijn conclusies uit de taal, de herkomst en betekenis van letters en vergelijk de verhalen van Genesis en Exodus met Sumerische, Akkadische en Egyptische mythes.
De taalovereenkomst tussen de namen Abraham, Sarai en Haggar en de Indiase Brahma, Saraswati en Ghaggar lijkt niet toevallig te zijn. Genesis laat Abraham uit UR komen, een van de oudste steden van Sumerië - de Sumeriërs hadden een isolate taal, die bij nader onderzoek verwant lijkt te zijn met de Dravidische talen, zoals Tamil.

Ik geef in dat tweede boekje vooral mogelijkheden aan - stof tot nadenken.
Maar nog even geduld - een en ander wordt echter al in het eerste boekje uit de doeken gedaan.



  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post57

Folder blz. 1

GENESISPosted by Herco de Boer 05 Jul, 2014 14:36:14


  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post56

Folder blz. 2

GENESISPosted by Herco de Boer 05 Jul, 2014 14:35:25


  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post55

H9

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 16:13:28

In het Hebreeuws hebben NAMEN van personen ALTIJD betekenissen die bij het karakter horen van die personen. In de Bijbel kan de naam van een persoon ook een stam, een stad of een streek vertegenwoordigen. Dat personen zo oud worden, zou dus kunnen wijzen op een bepaalde dynastie, maar het kan ook om symboliek gaan, want het kan niet nadrukkelijk genoeg gezegd worden dat de Bijbel geen geschiedenisboek is. En eigenlijk is het geen "boek" maar een collectie van boeken, waarvan het boek Genesis weer een collectie van verhalen is. Je zou de Bijbel zelfs een "bloemlezing" kunnen noemen.

ADAM betekent "mens" en ChAWA (EVA) "de leven gevende". Dit hoeft dus niet te betekenen dat het om individuen gaat. De naam Eva komt zelfs maar twee keer voor: wanneer Adam haar zo noemt en wanneer zij haar eerste kind "verkrijgt".

In ieder geval wordt het ook duidelijk dat God niet één persoon gemaakt heeft, maar een "soort" dat hij "ha-adam" noemt: "de mens". In het eerste scheppingsverhaal staat dan ook: Gen. 1:27, "En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze."
Dat woordje HEM heeft bij sommige de indruk gegeven dat God een soort androgyne mens maakt: Adam en Eva in één persoon. Uit het tweede verhaal zou dan blijken dat Eva, wordt losgemaakt van Adam door zijn "rib" te verwijderen.

Maar het is veel eenvoudiger: "de mens" is namelijk een mannelijk enkelvoud. HEM slaat op "de mens" als soort. Het Hebreeuws kent alleen mannelijke of vrouwelijke woorden, geen onzijdige woorden. Daarnaast is de vertaling "man en vrouw schiep Hij ze", niet correct, want de woorden die worden gebruikt zijn die voor "mannelijk en vrouwelijk", in het engels: "male and female". Het zijn dezelfde woorden die bij het verhaal van Noach worden gebruikt om aan te geven dat van elk dier een mannelijk en een vrouwelijk exemplaar in de ark moet worden meegenomen.
Adam is dus de menselijke soort en Chawa (Eva) het vrouwelijke deel van deze soort.

De Bijbelverhalen zijn geschreven in een tijd dat de landbouw al bestond. Een hint wordt gegeven in Genesis 2:5 "...., en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen". De bevolkingsgroep waar de Bijbel over spreekt waren hoofdzakelijk herders en mogelijk ook handelaren, die rondtrokken met tenten.

Er waren echter ook groepen die uiteindelijk kozen voor de landbouw en wegtrokken uit oases - door de herders gebruikt als rust- en drinkplaatsen voor hun vee - en zich langs rivieren gingen vestigen.

In het verhaal van Genesis 4 is KAIN de landbouwer en ABEL de herder. Hun strijd wordt dan ook wel gezien als het conflict dat ontstond tussen deze twee groepen. In het voorgaande verhaal, Genesis 3, zijn Adam en Eva - de archetypische Mens - weggestuurd uit een weelderige plaats en dat wijst op de klimatologische veranderingen die plaatsvonden rond 7000 voor Christus, aan het eind van de IJstijd: de woestijnvorming werd steeds erger en de waterspiegel zou zo'n 150 meter stijgen, waardoor allerlei gebieden waar mensen leefden onder water kwamen te staan.

Mensen trokken naar andere gebieden en er zullen ettelijk conflicten geweest zijn tussen rivaliserende groepen mensen, die elkaar ook niet (meer) verstonden. De verhalen over de Zondvloed en de Toren van Babel zijn hier herinneringen aan. Vooral de catastrofale overstromingen vinden we in vele culturen terug. Qua verhaal lijkt het verhaal van Noach nog het meest op de drie verhalen die uit Mesopotamië stammen: de Atrahasis, de Ziosoedra en het Gilgamesh epos. Deze gaan echter terug naar een hevige overstroming die het grootste deel van Zuid-Mesopotamië onder water zette, ca. 3000 voor Chr.

KAIN is de vertegenwoordiger van de landbouwers die wegtrokken naar vruchtbare oorden, en settelden langs rivieren, zoals de Nijl, de Eufraat en de Tigris en de Indus en Saraswati rivier, maar ook bij kleine en grote zoetwatermeren. Zij waren kwetsbaar voor de steeds hoger wordende zee, wat incidenteel voor grote rampen zorgden. Het nageslacht van KAIN was daar slachtoffer van. Wij hebben in 1953 meegemaakt dat dat ook nu nog kan - in Bangla Desh kunnen ze daar ook over meepraten en laten we de tsunami uit 2004 niet vergeten die Sumatra, Thailand en India trof en en een nog recentere tsunami, die, na een aardbeving, Japan trof.

In het begin van Genesis kunnen de landbouwers en herders het niet met elkaar vinden. Opvallend is dat de letter ZAYIN uit het oude Kanaänitische alfabet de vorm heeft van een landbouwwerktuig, een ploeg, maar de betekenis van "wapen" kreeg.

De betekenis van de naam ABEL is "leegte" - zijn leven eindigt dan ook zonder dat hij een nageslacht heeft.
De naam KAIN wordt in het Hebreeuws geschreven als "speer", en dat woord is weer afgeleid van het Hebreeuwse woord voor "riet" (Hij was immers landbouwer en van riet, bijv. suikerriet, kun je een speer maken).

KAIN is ook verwant aan het werkwoord "verkrijgen" en dat is ook precies wat in Genesis 4:1 staat: "En Adam bekende Eva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den Heere VERKREGEN!". Dit soort overeenkomsten vind je overal in de Bijbel.

We vinden in het tweede scheppingsverhaal:
"En de HEERE God had den ADAM (ADM) geformeerd uit het stof der ADAMAH (ADMH) ...."
Daarvoor staat dat er damp (AD) opsteeg en de aarde (ADMH) bevochtigde. Hier is ook duidelijk een woorspel te ontdekken.

Laten we eens een paar teksten hervertalen, waarbij we de betekenis aangeven door de persoonsnaam te gebruiken:

En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde KAÏN, en zeide: Ik heb van den HEERE een man KAÏN (verkregen!)

En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam SETH; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad SETH (gezet, geplaatst) voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen.
(een persoon zit of plaatst zich op zijn "achterwerk" en vaak wordt daarom ook "fundering" gebruikt als betekenis).

En hij noemde zijn naam NOACH, zeggende: Deze zal ons NOACH (troosten) over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!

En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was PELEG; want in zijn dagen is de aarde PELEG (verdeeld).

In bovenstaande versen wordt dus steeds de reden gegeven waarom die namen gekozen waren. Overigens komt Hebreeën van de naam HEBER, wat "oversteken" betekent. Zij kwamen dus "van de andere kant" of "overkant". Je kunt er lang over discussiëren waar dat is.

Wanneer KAIN door YHWH "weggestuurd" wordt, gaat hij naar "het land NOD, ten oosten van Eden". De naam NOD betekent "zwerven" en het betekent dus dat Kain weggaat, misschien wel richting het huidige Iran en Afghanistan. Daar trouwt hij.

Waar haalde KAIN zijn vrouw vandaan? Dit wordt door fundamentalisten (Bijbelpuristen) beantwoord door Adam en Eva veel kinderen toe te schrijven en dus incestueuze relaties voor te stellen. Als je Adam en Eva ziet als vertegenwoordigers van de mensheid, dan hoeft dat geen probleem te zijn, omdat ieder van de personages, ook Kaïn, een groep van mensen vertegenwoordigt.

De landbouwers verdwijnen uit het verhaal, omdat de Bijbel over herders (en handelaars) gaat en niet over landbouwers. De schrijver van dit verhaal volgt Kain met een genealogie en er worden volkeren beschreven die zich dus allemaal her en der vestigen.

Volgens Gen. 4:25 krijgen Adam en Eva nog een zoon, Seth.
Dit is een latere toevoeging aan het verhaal, gedaan door een redacteur. Er was namelijk naast het originele verhaal een zogenaamde "Book of Records" een apart boek dat de genealogie beschrijft van de Bijbelse karakters. Die was nodig voor SETH, want in de Bijbel staan geen verhalen over SETH.

Nog iets leuks over de woorden MAN, VROUW, ZOON en DOCHTER.
Elk van deze woorden bestaan in het Hebreeuws uit drie letters. Grappig genoeg zou je kunnen volstaan met twee letters als je op de uitspraak let.

IESJ is het woord voor MAN. Je schrijft dit als aleph - yod - shin. (AYSj)
- extra letter Y
IESJA is het woord voor VROUW. Je schrijft dit als aleph - shin - heh (ASjH)
- extra letter H
BEN is het woord voor ZOON. Je schrijft dit als beth - nun - vav (BNW)
- extra letter W
BETH is het woord voor DOCHTER. Je schrijft dit als heh - beth - tav (HBT)
- extra letter H

De extra letters vormen het tetragrammaton: Y H W H.
Onwillekeurig moest ik denk aan: "het gezin als hoeksteen van de samenleving".
Y ("Hij) is mannelijk en H is vrouwelijk en je kunt YH dus zien als Yin-Yang. Yah is ook een naam voor God, gebruikt in Exodus 15:2: "YH is mijn kracht..."

De woorden voor man en vrouw beginnen met de aleph, de 1e letter van het alfabet.
De kinderen, zoon en dochter, zijn de 2e generatie en beginnen met de beth, de 2e letter van het alfabet, (afgezien van de letter H, die niet wordt uitgesproken)

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post54

H8

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 16:10:34

Vorige keer eindigde ik met Ezra, die rond ca. 540 v. Chr. van de Perzen terug mocht keren naar Jeruzalem. Ezra en Nehemia waren priesters die in de omgeving van UR en SUSA verbleven. Hun verhaal is in de boeken 1 Ezra en 2 Ezra in de Bijbel te vinden. Het is goed om te realiseren dat de boeken Ezra niet door de priesters Ezra en Nehemia hoeven te zijn geschreven. Traditioneel werden verhalen toegeschreven aan de personen over wie de verhalen gingen. Dit is ook het geval bij de evangelies. Dat bijvoorbeeld het boek Marcus ook door deze apostel zelf is geschreven, is een wijdverbreid misverstand. De boeken Ezra 1 en Ezra 2 gaan over Ezra en Nehemia en is uit hun naam opgeschreven.

De boeken Ezra 3 en Ezra 4 zult u niet in de Bijbel tegenkomen, want ze behoren tot de zogenaamde apocriefe geschriften. Dat zijn boeken die niet in de Bijbel zijn opgenomen. Ze staan op deze link: http://www.statenvertaling.net/apocriefen.html.

U kunt hier lezen dat Ezra 3, bestaande uit 9 hoofdstukken, wel was opgenomen in de Griekse vertaling van de Bijbel, de Septuagint, dat gemaakt werd in Alexandrië, waarschijnlijk ten behoeve van de beroemde bibliotheek aldaar. Ezra 4 is echter pas in het jaar 100 AD geschreven, en staat daarom ook niet in de Septuagint. De Hebreeuwse Bijbel is ca 450 v. Chr. afgerond en er werd bepaald dat er geen jota meer mocht worden veranderd en dus staan later geschreven boeken hier niet meer in.

Wanneer je op de hoogte bent van de Babylonische mythen en geschiedenis, dan merk je veel overeenkomsten met de verhalen van het Oude Testament. Het is erg waarschijnlijk dat de Babylonische ballingschap een tijd is geweest van inspiratie: de "Zondvloed" en de "Toren van Babel" zijn daar duidelijke voorbeelden van.

In Babylonië bestonden maar liefst 3 zondvloed verhalen, die na de vloed van 3000 v. Chr. (een archeologisch bewezen desastreuze overstroming) ontstonden. Het Bijbelse zondvloed verhaal is daar duidelijk op gebaseerd. Na de vloed begonnen de Babyloniërs overal op de vlakte tussen de twee rivieren zogenaamde ziggurats te bouwen. Net als de Egyptische pyramides noemden de Hebreeën ze "torens". Typerend voor de Ziggurats is, dat ze werden gebouwd met bakstenen, wat ook in de Bijbel specifiek wordt vermeld. Na de vloed was er kleigrond in overvloed om bakstenen te maken. Het doel is duidelijk: wanneer een nieuwe overstroming zou komen, konden de mensen die kunstmatige berg op vluchten. Men had duidelijk lering getrokken uit de overstroming van 3000 v. Chr. die aan zeer vele mensen het leven zal hebben gekost.

Ook het verhaal van Mozes, die in een mandje in de rivier werd gezet en gevonden werd door een Egyptische prinses, komt overeen met een Babylonisch verhaal: de legende van Sargon I van Akkadië. Bij Mozes was het de Nijl, bij Sargon was het de Eufraat en hij werd gevonden door een tuinman. Het is niet zo vreemd dat rondom historische figuren legenden ontstonden en het doet niets af aan de geloofvaardigheid van de personen. Historici moeten echter andere bronnen raadplegen om werkelijkheid van fictie te scheiden en helaas is dat niet altijd mogelijk.

Volgens Genesis kwam Abraham uit UR KASDIM, vertaald als "Ur van de Chaldeeën".
De Chaldeeën bestonden nog niet in de tijd van Abraham, ca. 1800 voor Chr. De Hebreeën noemden het "Ur van de Chaldeeën" omdat de heersers van Mesopotamië in de tijd van de ballingschap de Chaldeeën waren. De Chaldeeën waren semietische stammen, die ongeveer 1000 voor Chr. Mesopotamië binnenkwamen vanuit de Syrische woestijn en zich aanvankelijk in het zuiden, rondom UR, vestigden. Onder de Assyriërs mocht Judah zelfstandig blijven, maar toen de Chaldeeën het bestuur van Babylon overnamen, moest ook Judah eraan geloven.

De verhouding tussen Judah en de Chaldeeën was slecht en uiteindelijk werd de tempel in Jeruzalem verwoest en werd de elite in ballingschap naar Babylon (Babel) gestuurd. Maar de Perzen maakten al ca. 80 jaar later een einde aan de heerschappij van de Chaldeeën. De Perzen konden het goed vinden met de Joden en stuurden ze terug naar Jeruzalem. Het land, nu Judea genoemd, werd echter nooit meer zelfstandig. Na de Perzen kwamen de Grieken en daarna de Romeinen.

Het waren de Perzen die het Arameese alfabet overnamen en officieel gingen gebruiken - dat alfabet staat nu bekend als het "vierkante" Hebreeuwse schrift. De oudste geschriften die van de Bijbel bestaan, is in dat schrift geschreven.

Maar was de herkomst van Abraham oorspronkelijk "UR van de Chaldeeën"? Veel Christenen en ook Islamieten denken van niet. In ieder geval gaat Abraham van UR naar HARAN, daarover is iedereen het wel eens. De plaats URFA ligt in de buurt van Haran en volgens de Islam is de daar de grot (?) waar Abraham zou zijn geboren. Waarom Abraham in een grot geboren zou zijn, mag Joost weten. Terah, zijn vader, was van zeer goede doen. Hij had nog twee zoons en, naar het schijnt, kinderen bij andere vrouwen. Geen onbemiddelde familie dus.

Een belangrijke reden waarom Abraham uit URFA zou komen, is de Bijbel zelf. De J-versie vertelt dat Abraham het "hoofd van zijn bedienden" naar zijn "geboorteplaats" stuurt om een vrouw voor Isaac te vinden. Het "hoofd" gaat naar NACHOR, in de de buurt van HHARAN en dus niet naar het zuiden, waar de geboorteplaats van Abraham zou moeten zijn. Nachor was ook de naam van de broer van Abraham en ook Haran was een broer van Abraham.

Veelal worden plaatsnamen en hele volkeren in de Bijbel voorgesteld als één persoon - dat zit mogelijk ook achter de hoge leeftijden die die "personen" haalden. Mogelijk gaat het om dynastiën. In het verhaal overlijdt broer Haran in UR, voordat het gezin naar de stad Hharan verhuist. Vader Terach overlijdt in Hharan. En wanneer Abraham wegtrekt uit Hharan, gaat de zoon van Haran, Lot, met Abraham mee. Nachor blijft achter in Hharan. Later zal de dochter van Nachor, Rebekka, de vrouw van Abraham's zoon Isaac worden (in de J-versie, want in de E-versie komt Isaac niet meer voor).

Heeft Abraham als persoon wel bestaan? We zitten met verhalen die de J-versie aan Isaac toeschrijft (Gen. 26:1-11) en de E-versie aan Abraham (Gen. 20) - merkwaardig genoeg staan ze beide in de Bijbel. Bovendien is de naam eerst Abram en die van zijn vrouw Sarai en wordt later, in hoofdstuk 17 die aan P wordt toegeschreven, Abraham en Sarah. Het lijkt erop dat hier sprake is van dialektische verschillen die door hoofdstuk 17 met elkaar verzoend moeten worden. Maar het is nog veel vreemder.

Ur van de Chaldeeën kende in de tijd van de Sumeriërs en ver daarna een bloeiende handel met de Indusvallei, in het huidige Pakistan. Daar bestond een beschaving langs de Indus. We weten van oude geschriften en overleveringen dat er parallel aan de Indus nog een rivier was: de Saraswati. Men heeft dit altijd gezien als een verzonnen rivier, totdat men aanwijzingen vond dat daar inderdaad een rivier heeft gelopen. Alleen de bronnen zijn er nog, die nu de rivier de Ghaggar voeden. Andere rivieren die het water leverden aan de Saraswati kregen een andere loop en stroomden later in de Indus en zelfs de Ganges.
Rond 2000 v, Chr. droogde de Saraswati op en werd "onvruchtbaar". De Ghaggar was kleiner, minder belangrijk en liep niet helemaal door naar zee, maar verdween halverwege in de grond. In de Indische mythologie was Saraswati de vrouw van de godheid Brahma. Bovendien was Saraswati ook de zuster van Brahma.

Dit heeft theoriën opgeleverd die stellen dat elementen van het verhaal en de namen van Abram en Sarai zijn gebaseerd op dit gebeuren in India. Aangezien er vanuit UR een levendige handel bestond met de Indusvallei is dit misschien ook de reden dat de schrijvers Abraham uit "UR van de Chaldeeën" hebben laten komen en niet uit Hharan.

Een van de elementen die een rol speelt bij de vergelijking is dat het in twee verhalen voorkomt dat Abram zijn vrouw als zijn zuster voorstelt. De tweede keer zegt Abraham tegen Abemilech dat Sarah werkelijk zijn halfzuster is. Een ander element is de dienstmeid van Sarai, Hagar, een naam die overeenkomt met de rivier de Ghaggar. Sarah kan geen kind krijgen en is kennelijk onvruchtbaar - een hint naar het opdrogen van de Saraswati. De rivier Ghaggar neemt de taak over, net zoals Sarai haar dienstmeid Hagar aan Abram geeft als bijvrouw en zij een kind krijgt van Abram.
Twee keer gaat Hagar weg en strandt beide keren in de woestijn, net als de Ghaggar die in de woestijn dood loopt (onder de grond verdwijnt). In beide gevallen van het verhaal speelt water een rol. De eerste keer vindt de engel ("de boodschapper van YHWH") Hagar bij een bron als ze op weg is naar SUR (Tyrus, een kustplaats, dat Hagar dus niet bereikt, net als de Ghaggar de kust niet kan bereiken).

De tweede keer laat Sarah, Hagar wegsturen door Abraham. Zij en haar zoon krijgen brood mee en één fles water (!). Na verloop van tijd is het water op (net als de rivier Ghaggar zonder water komt te zitten voor de rivier haar doel, de kust, bereikt). Weer wordt Hagar geholpen door de engel die haar ogen opent en zij ziet een bron - water uit de grond.

Het is zeker een interessante theorie. Het is ook niet vreemd dat de herkomst van Abraham in UR in het zuiden van Mesopotamië wordt gesitueerd, want UR en HARAN (in het noorden van Mesopotamië) waren centra van de aanbidding van dezelfde god: SIN, de maangod. (SIN betekent DOORN en dat is ook het verband met de SINAÏ en de brandende braam - eigenlijk doorn- struik).

Volgens de Bijbel volgt in Hharan de roeping van Abraham en hij trekt met een groot gevolg naar Kanaän. Dit wijst mogelijk op een kleine volksverhuizing.

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post53

H7: de documentaire hypothese

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 16:01:50

Traditioneel zijn de eerste vijf boeken van de Torah geschreven door Mozes, die zou zijn opgegroeid aan het Egyptische hof. Dat is op zich geen reden om te kunnen schrijven, aangezien het schrijven daar aan speciale schrijvers werd overgelaten. Maar het is onwaarschijnlijk dat zich binnen de Hebreeuwse volken die Egypte ontvluchtten anderen personen bevonden die konden schrijven. Toch is het onwaarschijnlijk dat Mozes de Torah heeft geschreven. Daarvoor hoef je eigenlijk alleen maar kritisch de Bijbel te lezen. En kritisch lezen deden verschillende rabbijnen, filosofen en vertalers.

Maar wie schreven de Bijbel dan wel? En wanneer?

Het was de Duitse lutheraan Julius Wellhausen, die samen met Karl Heinrich Graf en de Nederlander Abraham Kuenen uiteindelijk de hypothese opstelde dat bekend werd als de documentaire hypothese, ook wel de Wellhausen hypothese genoemd. Inmiddels is deze aardig uitgebreid en tegenwoordig is de Amerikaan Richard Elliott Friedman de belangrijkste onderzoeker op dit gebied. Ik heb een paar boeken van zijn hand.

De hypothese gaat uit van twee hoofdwerken, de J-versie (God heet JHVH) en de E-versie (God heet Elohim). Wanneer je de eerste twee hoofdstukken van Genesis leest, dan merk je dat er twee scheppingsverhalen zijn. In het eerste verhaal wordt de Schepper Elohim genoemd - wat eigenlijk een meervoud is, maar in de tekst als enkelvoud wordt gebruikt - en in het tweede verhaal wordt de Schepper YHWH Elohim (in het Duits JHVH) genoemd. (Het tweede scheppingsverhaal begint bij de tweede zin van Genesis 2:4, "Ten dage als ...") "Elohim" is in dit tweede scheppingsverhaal volgens de hypothese een toevoeging, om verband te leggen met het eerste scheppingsverhaal. In derest van de Hebreeuwse Bijbel (Tanach) wordt YHWH afgewisseld met Elohim.

De volgorde van de schepping is in beide verhalen niet hetzelfde en het is duidelijk dat dit oorspronkelijk twee afzonderlijke verhalen waren en ze zullen dus niet door dezelfde persoon zijn geschreven. Het eerste scheppingsverhaal is van later datum en naar alle waarschijnlijkheid geïnspireerd door het Babylonische scheppingsverhaal, hoewel er grote verschillen zijn.

De zeven dagen waarin de Schepping plaats vond in het eerste verhaal, is duidelijk bedoeld om zich af te zetten tegen de Babylonische voorstelling waarbij elke dag aan een God werd toegekend, zoals maandag voor de maangod (SIN / NANNA) en zondag voor de zonnegod (SHAMASH / UTU). Om dezelfde reden wordt de zon en de maan aangeduid met, "groot licht" en "klein licht", zodat het woord voor zon en maan niet kon worden vereenzelvigd met de zonnegod en de maangod. (In het hebreeuws is ZON = sjamash, wat tevens de naam van de Babylonische zonnegod was). Er wordt dan ook met nadruk gezegd dat ze in de hemel werden gezet "om licht te geven op de aarde". In het tweede verhaal zitten die elementen niet.

In het eerste verhaal schept Elohim met groot zelfvertrouwen, maar in het tweede verhaal is YHWH Elohim aan het "experimenteren", zoals ik een rabbijn ooit hoorde zeggen.

Dat de naam YHWH in Genesis voorkomt is op zich al vreemd, want de naam wordt pas in Exodus aan Mozes gegeven (Ex. 3:15). Met andere woorden: Genesis is geschreven nadat de exodus had plaatsgevonden. En als het eerste scheppingsverhaal geschreven is na het tweede scheppingsverhaal, waarom wordt daar dan alleen Elohim gebruikt? Dit blijkt met de oorsprong van het verhaal te maken te hebben.

Door de hele Bijbel heen duikt de naam Elohim steeds weer op. In het verhaal van Abraham die Isaac aan Elohim moet offeren, wordt geswitched naar "de boodschapper van YHWH" (engel = boodschapper). Dit is een belangrijke aanwijzing dat dit verhaal is aangepast. Ik kom hier later op terug.

Dus wat is de oorsprong van de twee versies, met teksten van priesters in beide versies?
Omdat er duidelijk ook politieke elementen in de verhalen zitten valt daaruit op te maken dat de E-versie in Israël ontstond en de J-versie in Juda.
Die twee koninkrijken bestonden tussen ca. 922 en 722 voor Christus en het is waarschijnlijk dat de verhalen in die tijd voor het eerst werden opgeschreven. Vooral in Exodus is de priesterlijke invloed goed merkbaar in verband met de 613 geboden, waarvan er 10 algemeen bekend zijn. Leviticus is zelfs helemaal het werk van priesters en een belangrijke reden waarom de Torah ook wel "De Wet" genoemd wordt.

Volgens de hypothese maakten de belangrijke tien geboden aanvankelijk niet eens deel uit van Exodus en zijn later toegevoegd. Dit is ook te merken aan het voortdurend breken van een aantal van die geboden in de daarop volgende teksten, zoals "Gij zult niet doden", want het Oude Testament is een bloedig relaas.
Mozes zelf is de eerste die - letterlijk - de wet breekt en daarna de opdracht geeft tot het doden van 3000 mensen (Exodus 32:28). Duidelijk de E-versie (Israël), die pro-Aäron is, en Mozes (Juda) als een wrede tiran laat zien.

Het is overduidelijk dat in deze verhalen het conflict afspeelt tussen de twee koninkrijken Israël en Juda. De aanbidding van het gouden kalf is gebaseerd op iets wat in Israël gebeurde in de tijd dat Jerobeam koning was en dus niet aan de voet van de berg Sinaï, die overigens in de E-versie (en de Koran) de berg Horeb wordt genoemd. In Exodus zijn het de zonen van Aäron die het gouden kalf maken: Nadab en Abihu. De zonen van koning Jerobeam heetten: Nadab en Abiyah. Toeval?
Aäron is waarschijnlijk de leider van de kant van Israël, die een ondergeschikte rol kreeg in de samengestelde versie nadat Israël viel en Juda nog bijna 150 jaar bleef bestaan. Het ontbreken van historisch en archeologisch bewijs voor de Exodus versterkt dat idee. De werkelijke geschiedenis zit duidelijk anders in elkaar dan de mythe die eromheen ontstond.

Israël bestond uit de meeste stammen en was rijk, Juda was klein en onbelangrijk. In 722 viel Israël, toen het werd ingenomen door de Assyriërs. Juda werd aanvankelijk met rust gelaten: er viel niets te halen. Omdat de geschiedenis laat zien dat het daarna goed ging met Juda, neemt men aan dat rijke vluchtelingen uit Israël naar Juda gingen. Ze namen daarbij hun versie van de Thora mee. Dit moet de periode zijn geweest dat de J- en E-versie werden samengevoegd. Om dat mogelijk te maken moesten teksten aangepast worden. Degenen die dit deden worden redacteuren genoemd en worden door Friedman RJE genoemd, de redacteuren die de J- en E-versies combineerden.

De Bijbel vertelt ons dat honderd jaar later, ca. 622 voor Christus, een manuscript werd gevonden die een soort samenvatting is van Exodus in de vorm van een toespraak van Mozes aan het eind van zijn leven. Dit werd het vijfde boek van de Thora, dat wij Deuteronomium noemen. Mogelijk is deze rol rond deze tijd ook geschreven, want het kwam politiek goed uit voor koning Josia die religieuze hervormingen wilde invoeren en vond dat de mensen zich niet goed aan de wet hielden. Maar de rol kan wel degelijk "oud" zijn geweest toen het werd gevonden, want de berg van Mozes word Horeb genoemd, waardoor de herkomst Israël geweest kan zijn, dat toen al 100 jaar niet meer bestond.

Om een lang verhaal kort te maken - de Torah werd rond 450 v. Chr. afgesloten. Er werd toen bepaald dat er "geen jota" meer veranderd mocht worden aan de tekst. (de letter yod (jota) is de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet).

En hoe zit het nu met Abraham, die zijn zoon Isaac moet offeren van Elohim? Zoals gezegd switched dit verhaal tussen de J- en E-versie.

De opdracht tot de offering komt van Elohim en is dus de E-versie. Abraham gaat met "twee jongens en zijn zoon Isaac" naar een ander land, Moriyah, waarvoor ze twee dagen onderweg zijn en de derde dag aankomen - dat feit alleen al is verdacht. Wanneer Abraham op het punt staat Isaac te offeren wordt ingegrepen, niet door Elohim, maar door "de boodschapper van YHWH". Deze zegt: "nu weet ik, dat gij Elohim vreest, en 'uw enige zoon, van MIJ niet hebt onthouden'". Van MIJ? In de zin zelf staat Elohim en MIJ, terwijl het door "de boodschapper van YHWH" gezegd zou zijn. Vreemd.

Wanneer Abraham een ram heeft geofferd in plaats van zijn zoon Isaac, spreekt de boodschapper van YHWH voor een tweede maal en zegt nog eens hetzelfde, maar nu uit naam van YHWH (niet Elohim): "Ik zweer bij MIJzelfen, spreekt YHWH (!), omdat gij dit hebt gedaan en 'uw enige zoon niet onthouden hebt', dat ik u zal zegenen ..." enzovoort. Dit is dus weer de J-versie.

Daarop vertrekt Abraham met "de jongens". Dit is het einde van het verhaal en dus einde van de E-versie.
Maar waar is Isaac gebleven?
Isaac komt hierna in de E-versie NIET MEER VOOR.

Mogelijk stond in het orgineel dat Abraham vertrekt met "de twee jongens", maar is het woord twee geschrapt - maar dat is giswerk en kan niet worden aangetoond. Een mensenoffer ging de priesters van YHWH te ver en het verhaal is aangepast. In de J-versie blijft Isaac leven, trouwt met Rebekka, zijn nicht en er speelt zich een verhaal af tussen Isaac, Rebekka en Abimelech. Omdat in de E-versie Isaac is geofferd speelt dat zelfde verhaal zich af tussen Abraham, Sarah en Abimelech, minstens 40 jaar later, wat erg vreemd is.

In de E-versie wordt Abraham hier beticht van een mensenoffer - zelfs zijn eigen kind. Er is nog een andere plaats waarin Abraham een dubieuze rol speelt en dat is wanneer hij in opdracht van Sarah, zijn bijvrouw HAGAR de woestijn instuurt met hun zoon Ishmaël. Ook dit is een verachtelijke daad, zeker omdat ze niet meer meekrijgen dan brood en 1 fles water, in de woestijn is dat een zekere dood. Abraham kan gezien worden als een zeer rijk man, leider van een grote groep bedouïnen, die meerdere slaven had. Het zal u niet verbazen dat ook dit verhaal alleen in de E-versie staat.

Een aantal thema's in de verhalen over Abraham komen twee keer voor: de eerste keer heet hij Abram en zijn vrouw Sarai en in het tweede geval Abraham en Sarah. Deze nutteloze naamsverandering vindt plaats in Genesis 17 en maakt geen deel uit van de J- en E-versie, maar is geschreven door P (priesters), waarschijnlijk om de J-en E-versies tot elkaar te brengen.

Ook het eerste scheppingsverhaal wordt aan P toegeschreven, mogelijk Ezra, die rond ca. 539 van de Perzen mocht terugkeren uit de omgeving van UR en SUSA, naar Jeruzalem.

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post52

H6

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 15:58:09

Het Hebreeuws ligt wat schrift en taal betreft het dichtst bij de oorspronkelijke betekenis van de religieuze teksten. In ons schrift en taal zijn de afzonderlijke betekenissen van de letters verdwenen en daar wordt bij het vormen van woorden dus ook geen rekening mee gehouden.

Bij sommige woorden is dat toevallig wel zo, zoals OOG. De letter O was oorspronkelijk namelijk een tekening van een oog. In het hebreeuws wordt deze letter AYIN genoemd, waarin je ook het engelse woord EYE herkent.

De herkomst van woorden is overigens heel leuk en verrassend. Zo komt het engelse woord WINDOW (raam, venster) uit het Deens en betekent letterlijk WIND-OOG, een opening in de muur waar wind en licht doorheen komt (dat was dus nog voordat in dat gat een RAAMwerk met glas werd geplaatst). Veel bargoense woorden, zoals Majem (water), Jatten (handen) en Tof (goed) komen uit het Jiddisch en dus uit het Hebreeuws.
Als er in Genesis 1 staat: "En God zag dat het GOED was", wordt daar dus het woord TOV gebruikt. (we gebruiken het ook in de combinatie mazzeltov, wat "goed geluk" betekent). Wanneer je proost en je zegt "daar ga je", is dat eigenlijk een verbastering van Lechaim, wat "op het leven" betekent.

In het hebreeuws heeft ELKE letter een eigen betekenis omdat het afkomstig is van een pictogram (hiëroglief). Een combinatie van letters kunnen die betekenis vorm geven, versterken of nieuwe woorden vormen die een relatie hebben met een letter of combinatie van letters. Bijvoorbeeld het woord NACHAR betekent rivier. De letter N, is een zaadje (teken van LEVEN) en ook een zwemmende VIS. Dit geeft ook aan hoe belangrijk rivieren waren voor de mensen (Nijl, Eufraat en Tigris, Indus, enz.) De woorden voor water en zee bezitten de letter M, oorspronkelijk een pictogram van golvend water.

Een van de belangrijke speerpunten van mijn presentatie (waarover later) is dus dat met het vertalen van de Bijbel daardoor veel van de werkelijke betekenis verloren is gegaan. Woorden in de Hebreeuwse Bijbel zijn niet toevallig gekozen en het bijkomende feit dat elke letter ook een getalswaarde heeft kan de betekenis een andere wending geven. Daarnaast hielden de Hebreeën erg van het spelen met woorden en letters. De Bijbel staat vol met woordspelingen, die in vertalingen verloren gaan.

In het tweede scheppingsverhaal lees je in Gen. 2:6 dat "een DAMP" was opgegaan uit de aarde en de aardbodem bevochtigde. In sommige vertalingen staat WATER in plaats van DAMP, maar "damp" is een betere vertaling. In het Hebreeuws is dit het woord AD (aleph - dalet). de eerste en vierde letter van het alfabet. De aardbodem die bevochtigd wordt is ADAMAH en begint dus met dezelfde twee letters. En het is uit deze vochtige aarde dat in vers 7 staat:

Gen 2:7: "En de HEERE God had den MENS geformeerd uit "het stof der aarde"

Het woord voor MENS is ADAM (ADM), en die mens is dus gevormd uit de vochtige (AD) aarde: ADAMAH (ADMH). Je ziet dat het hier om een woordspel gaat. (Ons woord MENS heeft met MANU te maken; Manu is de schepping van de Indiase God Brahma waar volgens de mythologie alle mensen van afstammen. Het was ook Manu die door de god Vishnu werd gewaarschuwd voor een "zondvloed" en de mensheid redde).

Het Hebreeuws kent alleen mannelijke en vrouwelijke woorden; onzijdig bestaat niet. Het Hebreeuwse woord ADMH ("rode" aarde) is vrouwelijk en God is mannelijk. Ik denk niet dat dat toevallig is. ADAM, is ook een mannelijk woord, maar dat wil niet zeggen dat het hier ook om één MAN gaat - dat staat er namelijk niet. Er staat "mens", de soort. In het eerste scheppingsverhaal staat dat duidelijker:

Genesis 1:27: En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Denk maar eens aan de zin: "De TIJGER in India wordt met uitsterven bedreigt". Het gaat in die zin om de soort en niet om één exemplaar, dus het gaat dan om alle aanwezige tijgers. Omdat het woord MENS in het Hebreeuws een mannelijk woord is, ontstaat de zin "naar het beeld van God schiep Hij HEM". Om te verduidelijken dat het om de soort gaat, waarbij zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren zijn geschapen volgt de zin: "MAN en VROUW schiep Hij ZE".

De woorden MAN en VROUW zijn ... FOUT. In het Hebreeuws staat er namelijk: MANNELIJK en VROUWELIJK schiep Hij ze. De woorden die gebruikt worden zijn dezelfde die ook in het verhaal van NOACH worden gebruikt voor de dieren: van elke SOORT twee: mannelijk en vrouwelijk!

De woorden voor MAN en VROUW zijn in het Hebreeuws trouwens vrijwel gelijk, maar dat is een hoofdstuk apart.
De naam ADAM is in de eerste vier hoofdstukken van de Bijbel niet te vinden. In één instantie wordt ADAM zonder lidwoord gebruikt en wordt vertaald met "een mens". Maar verder wordt tot Genesis 5 ADAM met een lidwoord gebruikt, waarmee het dus vertaald moet worden met "DE MENS".

Genesis 5 is overigens afkomstig van een apart document dat door priesters in Genesis is tussengevoegd. In die zogenaamde "Book of Records" wordt wel ADAM zonder lidwoord gebruikt, maar net als in Genesis 1:26 kan dat ook vertaald worden met EEN mens. Genesis 5 is een genealogie waarin overigens Kaïn en Abel niet voorkomen, maar alleen een derde naam: SETH. In verband met de genealogie is die naam door priesters in vers 25 en 26 van Genesis 4 toegevoegd om het kloppend te maken met Genesis 5, dat ook een toevoeging is van priesters. Het verhaal gaat verder in Genesis 6. Het loopt tot vers 9 en gaat dan door in Genesis 7. De versen 9 tot 22 van Genesis 6 zijn dus ook door priesters toegevoegd aan het orginele verhaal.
Ik zal het een volgende keer hebben over deze aanpassingen in de orginele tekst, dat bekend staat als "de documentaire hypothese".

Hoe zit het met EVA? Dat is wèl een naam. En een hele bizondere naam.
In Genesis 3 worden eigenlijk alleen de woorden "de mens" en "de vrouw" gebruikt. De naam EVA komt maar twee keer voor. Wanneer God de mens en zijn vrouw uit het paradijs zet, zegt Hij dat de vrouw met pijn kinderen moet baren. De mens zegt dan dat hij de vrouw CHAWA zal noemen, omdat zij moeder zal zijn van "alle leven". De naam Chawa betetekent dan ook LEVEN.

De tweede keer dat de naam wordt gebruikt is wanneer zij voor het eerst het leven schenkt aan een kind in Genesis 4:1.
Over de naam Eva (ChWH) is veel te zeggen, maar het is lastig om dat in dit soort kleine uiteenzettingen te doen. Ik doe het wel in een presentatie die ik aan het voorbereiden ben. Dat doe ik met Powerpoint, een computer programma waarbij je met plaatjes en tekst veel duidelijk kan maken.

De werktitel is voorlopig: "GENESIS, een cultuur-historische kijk op het eerste boek van de TORAH". Ik ben er al een half jaar mee bezig en het is nog niet klaar. Het is ook heel moeilijk om me echt te beperken tot Genesis, dus ik maak ook kleine uitstapjes naar andere boeken, vooral Exodus.
Wanneer er vragen zijn, beantwoord ik die graag - als ik de antwoorden tenminste weet, want ik ben ook maar een "student".

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post51

H5

GENESISPosted by Herco de Boer 27 Feb, 2013 15:45:30

We hebben tot dusver gezien dat om de Bijbel te begrijpen een belangrijk facet de TAAL is. Oorspronkelijk zou de Torah (de eerste vijf boeken van de Bijbel) in het Oud-hebreeuws geschreven moeten zijn. Daar bestaan echter geen geschriften van.

Naast een Modern-Hebreeuwse versie van het Oude Testament, was er de Septuagint, een Griekse vertaling die gemaakt zou zijn voor Joden in Alexandrië die geen Hebreeuws kenden. Uiteindelijk bleek dat het voor de Joden geen succes was, omdat die vertaling voor hen tot verkeerde opvattingen leidde. Zij besloten toen al om zich voortaan strikt aan de Hebreeuwse versie houden. Die "verkeerde opvattingen" was voor mij dan ook reden om naar de Hebreeuwse versie van het Oude Testament te kijken.

Alle Hebreeuwse versies zijn in het Modern-Hebreeuws geschreven en de oudste volledige versie die we hadden, was de duizend jaar oude Aleppo Codex. Helaas is het voor mijn onderzoek belangrijkste deel, Genesis, in 1947 verloren gegaan.
Datzelfde jaar werden echter de Dode Zee rollen ontdekt, en de oudste versies van Genesis kwamen boven water. Zij stammen uit de tijd van Alexandrië, tussen 250 voor Chr. en 50 na Chr. Zij zijn in het Modern-Hebreeuws geschreven, maar hoewel de letters anders zijn, is er geen verschil met het Oud- Hebreeuws, zodat de kracht van de tekst is behouden.

Hier bedoel ik mee dat elke letter een betekenis had. Combinaties van letters vormen woorden, maar hebben een relatie met de afzonderlijke letters, of een deel daarvan. Dat is heel anders dan bij ons, waar letters hulpmiddelen zijn bij de uitspraak, meer niet.
Daarnaast had elke letter een numerieke waarde en elk woord vormt ook een getal. Hier is vooral tijdens de Babylonische ballingschap een filosofie uit ontstaan, die in de "Talmud Bavli" (Babylonische Talmud) is vastgelegd.

Zo staat de A (= 1) voor "kracht", In het Hebreeuws heet deze letter "Aleph" dat OS betekent. De vorm van de letter was oorspronkelijk de kop van een stier. Wanneer je de hoofdletter A omdraait, zie je dat nog steeds - de twee poten van de A vormen dan de hoorns. De letter A heeft geen betekenis voor ons en is niet meer dan het begin van het alfabet en een stuk gereedschap.

De numerologische waarde van Aleph is 1, wat ook staat voor God. De god van de Kanaänieten was EL, maar dat schrijf je AL. Net zoals Allah dus. (A kon oorspronkelijk uitgesproken worden als A en als E; met uitzondering van aleph en ayin had het hebreeuws geen speciale karakters voor klinkers. Medeklinkers kunnen in combinatie wel gebruikt worden als klinkers. Zo is het woord voor "rood", ADVM, wat uitgesproken wordt als EDOOM. Ook kun je de letters Yod en Heh tot deze categorie rekenen).

De letter L (Lamed, 30) is ook speciaal, want het is de centrale letter in het Hebreeuwse alfabet en steekt als enige ook boven de andere uit. Het pictogram stelt een herdersstaf voor. Daarmee kon een schaapherder een schaap naar zich toe trekken. Een bisschop zie je ook altijd met zo'n staf en Sinterklaas dus ook (ooit bisschop van Myra). De staf symboliseert autoriteit, leiderschap.

AL staat dus voor "Sterke Leider" of "Machtige Leider".

De god EL werd door de Hebreeën vereenzelvigd met Elohim, in de Bijbel vertaald met God. Elohim is echter een meervoud dat als enkelvoud wordt behandeld in de tekst. Maar niet altijd, want in Psalm 82 wordt duidelijk dat er meerdere goden in het spel zijn, waar gesproken wordt over "de Hemelse Raad" of "vergadering Godes" en "Hij oordeelt in het midden der Goden". En met dat in gedachte krijgt Gen. 1:24 ook een andere betekenis: En Elohim zeide: Laat ONS mensen maken, naar ONS beeld, ..." En vervolgens wordt de mens gemaakt: "mannelijk en vrouwelijk schiep hij ze" (Gen. 1:27). Er is hier geen enkele verwijzing dat er maar één of twee personen worden gevormd, maar "de mens" slaat duidelijk of de soort, en binnen die soort worden zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren gevormd.

De oorsprong van "Elohim" ligt duidelijk in het goden pantheon van de Kanaänieten: EL als god, met Asherah, zijn vrouw, aan zijn zijde. Volgens vondsten in Ugarit zouden zij 70 kinderen hebben gehad, waarvan de god Baäl Hadad de belangrijkste werd. Deze groep goden, misschien gezamelijk met de "boodschappers"(= engelen), kun je ELOHIM noemen, ofwel de "krachten, machten", die de natuur bestuurden. Niet verwonderlijk was de mens dus van deze goden afhankelijk. Wij kunnen nog steeds hetzelfde zeggen wanneer wij Elohim vervangen met NATUUR: wij zijn volledig van de natuur afhankelijk en we dienen daarom de natuur te respecteren - volgens mij is dit de basis van elk geloof.

Baäl Hadad werd gewoon Baäl (= Heer) genoemd. De verering van Baäl was niet zo vreemd, want hij was een storm- of weergod en bracht dus de noodzakelijke regen om de gewassen te doen groeien. Bij alle culturen waren deze weergoden belangrijk, zoals Zeus bij de Grieken, Jupiter (= Zeus, Deus) bij de Romeinen en Donar of Wodan bij de Germanen.

De letter B (= 2) is ontstaan uit de plattegrond van een tent - de letter heet daarom ook "Beth", wat "huis" betekent.
Zo kunnen we de 22 letters voor een groot deel uitleggen. Uiteraard hebben we dit moeten afleiden uit wat er gevonden is door archeologische opgravingen. Maar een heleboel is ook bekend uit Joodse geschriften. De volgorde van de 22 letters kennen we uit het Modern Hebreeuws, maar er is ook een steen gevonden met het Fenicisch alfabet die de volgorde bevestigd.
De laatste letter van dat alfabet is de T (400). Hier is een site waar je de oorspronkelijke pictogrammen kunt zien.

http://www.hebrew4christians.com/Grammar/Unit_One/Pictograms/pictograms.html

De eerste letter is dus een A en de laatste letter een T.
Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de uitspraak van Jezus volgens Openbaring 1:8, 21:6 en 22:13, waarin staat "Ik ben de Alfa en de Omega".

We kunnen er zeker van zijn dat dit nooit zo is gezegd. In het Griekse alfabet zijn de Alfa en de Omega de eerste en laatste letter van het alfabet. Wij zouden dat dus moeten vertalen met "ik ben de A en de Z", en er zijn ook vertalingen die dat doen.
De gangbare taal in het Midden-Oosten was in die tijd Aramees en het Aramees gebruikte een alfabet dat overeenkomt met het Fenicisch en was de basis voor het Modern Hebreeuws. De eerste letter was de A (Aleph, #1), de laatste letter de T (Tav, #400).

Wat Jezus gezegd zou kunnen hebben is dus "ik ben de Aleph en de Tav".
De Aleph is de 1 en ook God. Tav betekent "teken" en is ... een kruis. Het is het einde van het alfabet en het einde van Jezus die aan het kruis stierf.
En zo ontstaat er weer een diepere laag aan deze tekst.

  • Comments(0)//weblog.hcdeboer.nl/#post50
Next »